De officiële spelregels voor Indoor Soccer

Voor amateur- en jeugdspelers
(Gepubliceerd door de United States Indoor Soccer Association en aangepast
voor gebruik in onze regio)


Introductie.
Het doel van deze editie spelregels is simpel om spelers en toeschouwers vertrouwd te maken met de regels van indoor soccer, teneinde plezier aan het spel te beleven voor alle spelers en toeschouwers van elk niveau en leeftijd.

Regel 1: Het speelveld.
Er wordt gespeeld op speelvelden van 15 x 30 meter.

Regel: 2 De bal
De bal voor jeugdige spelers onder de 12 jaar is maat 3 of 4. Spelers ouder dan 12 jaar spelen met een bal met maat 5.

Regel 3. De spelers.

Aantal per wedstrijd. Jeugdige spelers tot 12 jaar vormen teams van minimaal 5 en maximaal 7 spelers. Inclusief goalkeeper. Spelers ouder dan 12 jaar vormen teams van minimaal 4 en maximaal 6 spelers inclusief doelman. Invallers: Elk team mag gedurende de wedstrijd op elk tijdstip naar believen spelers vervangen. Deze reserve spelers die niet spelen bevinden zich tijdens de wedstrijd buiten het speelveld.

Regel 4: Spelerstenue.
Spelers dragen hun teamtenues in dezelfde kleur met indoor sportschoenen. Juwelen en andere accessoires zijn verboden. De doelman draagt een in kleur afwijkend shirt van de overige veldspelers en scheidsrechter.

Regel 5: De scheidsrechter.
De beslissingen van de scheidsrechter betreffende overtredingen gedurende het spel en de interpretatie van de spelregels zijn bepalend.

Regel 6: De duur van de match.
Een reguliere match bestaat uit twee helften, voor de duur overeenkomstig de huisregels (meestal 2 x 30 minuten) en het volgende:
  1. Naspelen bij gelijkspel. Als gedurende een toernooi en/of play-off een wedstrijd in een gelijkspel eindigt na afloop van de reguliere speeltijd, volgt een 5 minuten “sudden death” periode. Als het dan nog steeds gelijkspel is volgt er een beslissing als beschreven in regel 11.
  2. Wedstrijd klok. Met uitzondering van een ongewoon oponthoud vanwege een stillegging van het spel door de scheidsrechter, is de wedstrijdklok bepalend voor de duur van elke helft alsmede een eventuele naspeeltijd.


Regel 7: Aanvang en herstart wedstrijd.
De aftrap vanaf de middenstip van het wedstrijdveld start de wedstrijd. Bij elke speelhelft en na elk gescoord doelpunt volgt weer een aftrap vanaf de middenstip. De speler die aftrapt mag de bal niet meer beroeren totdat een andere speler hem weer heeft geraakt.

De thuis spelende ploeg neemt de aftrap voor de eerste helft en de eventuele naspeeltijd. De bezoekende ploeg neemt de aftrap voor de tweede helft.

Het spel wordt hervat bij een vrije trap, een uittrap of uitgooi door de doelman of een scheidsrechterbal. Anders dan de aftrap dan hieronder, dient het spel te worden hervat binnen 3 seconden vanaf de plek waar de bal zich bevond op het moment van stilleggen van het spel.

Het team krijgt een vrije trap na onderbrekingen anders dan bij een scheidsrechterbal en uittrap door de doelman. Voordat de vrije trap wordt genomen moet de bal stilliggen. Alle tegenstanders dienen tenminste 3 meter afstand te houden van de plek van overtreding. De plaats van de vrije trap is als hiervoor genoemd, behalve:
  1. In het eigen strafschopgebied: op elke plaats hierin.
  2. Binnen het strafschopgebied van de tegenstander. Op de penaltystip zijnde de rand van het strafschopgebied.
In het geval niet duidelijk is wie balbezit heeft bij een onderbreking, herstart de scheidsrechter het spel met een scheidsrechterbal. Indien een tegenstander de bal na een uitgooi of uittrap door de doelman raakt in het strafschopgebied volgt opnieuw een uitgooi of uittrap door de doelman.

Regel 8: Methode van scoren.

Een team scoort een doelpunt wanneer de bal in zijn geheel de doellijn heeft gepasseerd. Een doelpunt mag worden gescoord direct uit een vrije trap of aftrap. Er bestaat geen buitenspelregel.

Regel 9: Overtredingen

Een overtreding wordt gepleegd wanneer een speler:
  1. Zijn tegenstander vasthoudt.
  2. Handsbal maakt (behalve de doelman binnen zijn strafschopgebied).
  3. Op een gevaarlijke manier speelt. (b.v. iemand in de boarding duwt of slidings maakt)
  4. Obstructie maakt of
  5. Verhindert de doelman om de bal met de hand uit te gooien.
En wanneer een speler het volgende doet op een manier waarvan de scheidrechter oordeelt dat hij onzorgvuldig, roekeloos of met inzet van excessief geweld:
  1. Een tegenstander trapt.
  2. Een tegenstander vasthoudt.
  3. Een tegenstander bespringt.
  4. Een tegenstander duwt.
  5. Een tegenstander een elleboogstoot geeft.
Onsportief gedrag: een vrije trap wordt gegeven voor de volgende overtredingen:
  1. Hefboomwerking: Het lichaam van een medespeler gebruiken of elk deel van het veld om daarbij voordeel te behalen;
  2. Inbreuk maakt: na waarschuwing onvoldoende afstand houden bij een vrije trap
  3. Van mening verschillen: bij scheidsrechterlijke dwaling
  4. Andere: Gedrag dat, in de ogen van de scheidsrechter, een straf verdient (b.v. het bezigen van grove taal, honen en smaad spreken)
Aanval op doelman. de tegenpartij krijgt een vrije trap voor de volgende overtredingen door een doelman:
  1. Handsbal: Indien de doelman de bal met de handen raakt buiten zijn strafschopgebied of indien het de bal terugkrijgt na een uittrap of uitgooi zonder dat een speler de bal eerst geraakt heeft.
  2. Terugspeelbal: Indien hij de bal in zijn handen neemt na een directe en opzettelijke terugspeelbal van een teamgenoot, behalve als hij de bal teruggespeeld krijgt via het hoofd, de borst of knie zonder trucjes (b.v. de boarding gebruiken om de bal via de knie terug te spelen op de doelman).
  3. 5 Seconden: indien de doelman langer dan 5 seconden de bal in zijn handen of voeten houdt binnen zijn strafschopgebied.
Team overtredingen: de scheidsrechter geeft een team een penalty straf bij overtredingen van het team of niet geïdentificeerde personen, voor;
  1. Het verlaten van de spelersbank: indien spelers de spelersbank verlaten om deel te nemen aan een opstootje of confrontatie met de tegenpartij of official;
  2. Commentaren spelersbank: na waarschuwing herhaaldelijk opmerkingen door de spelersbank aan de scheidsrechter
  3. Andere: Onsportief gedrag dat uit oogpunt van de scheidsrechter niet te tolereren valt (b.v. te veel spelers op het speelveld.
Voordeelregel: De scheidsrechter laat het spel doorspelen, ook na het plegen van een overtreding, indien het team tegen wie de overtreding is gemaakt, voordeel heeft van de situatie.

Zware overtredingen: een penalty wordt gegeven voor de volgende zware overtredingen door een verdediger binnen de verdedigende helft van het veld, bij:
  1. Een overtreding binnen het strafschot gebied;
  2. Een overtreding vanachter een aanvallende speler, die controle over de bal heeft en een of geen verdedigers tussen hem en de goal heeft.
  3. Enige overtreding waar hij of zij de laatste speler van het team is tussen de aanvallende speler met de bal en de goal.
Gele kaart overtredingen: tenzij hieronder vermeld, geeft de scheidsrechter een gele kaart voor ernstige overtredingen en onsportief gedrag (door een speler) en voor:
  1. Opzettelijke handsbal of handbal door een doelman.
  2. Een aanval op de doelman.
  3. Tegenstander in de boarding duwen.
  4. Onsportief gedrag van enige niet-spelende speler.
  5. Veroorzaken van woorden twisten b.v. bij het maken van fysiek contact met een tegenstander, korte schermutselingen e.d.
Rode kaart overtredingen: een persoon krijgt een rode kaart voor overtredingen, die in de ogen van de scheidsrechter gewelddadig of met excessief geweld wordt uitgevoerd bij:
  1. Een tweede gele kaart.
  2. Elleboogstoot: bewust een tegenstander met de elleboog boven de schouder raken.
  3. Gemene sliding tackle: een tackle van de zijkant en van achteren direct in de benen van de tegenstander en hem daarmee serieus dreigen te blesseren.
  4. Vechten.
  5. De spelersbank verlaat om zich te mengen in een confrontatie met de tegenstander of official.
  6. Extreem onsportief gedrag: het plegen van bijzonder te verachten gedrag met inbegrip van
    1. Spuwen naar een tegenstander of enige ander persoon
    2. Het constant bezigen van extreem grove taal of gedrag tegen een official.
    3. Lichamelijk contact met een official zoekt.
Regel 10. Tijdstraffen.
De volgende straffen worden opgelegd voor overtredingen waarvoor een kaart is getrokken.

Voor een gele kaart: 2 minuten straftijd buiten het speelveld op een strafbank en een waarschuwing.
Voor een rode kaart: verwijdering van het speelveld.

Spelers worden door hun team aangewezen om de tijdstraf van hen of de doelman die een kaart hebben ontvangen, uit te zitten. Anderzijds kan de speler die de kaart heeft ontvangen zelf de straf uitzitten. De spelers die een straf uitzitten, blijven op hun plek zitten totdat de scheidsrechter hen toestemming geeft om weer deel te nemen aan het spel.

Elk team dat geconfronteerd wordt met een tijdstraf speelt dus met een speler minder totdat de tijdstraf voorbij is. Een team mag echter niet minder spelers hebben dan het minimum aantal. Krijgt een speler een tijdstraf terwijl reeds meerdere spelers van zijn team op de strafbank zitten, en het team dreigt met een minimum aantal spelers te spelen, dan blijft de bewuste speler spelen, totdat de tijdstraf van een medespeler op de strafbank voorbij is en weer in het veld kan. In dat geval gaat de tijdstraf van de laatst gestrafte speler in en neemt hij plaats op de strafbank. De tijdstraffen eindigen bij het einde van de wedstrijd.

Regel 11: strafschoppen.

  1. Elke speler die speelt mag een strafschop nemen.
  2. Alle spelers die een tijdstraf uitzitten dienen op de strafbank te blijven zitten. Alle spelers van het aanvallende team staan op of achter de half linie en buiten de midden cirkel. Spelers van het verdedigende team staan achter de half linie en binnen de midden cirkel.
  3. De bal wordt geplaatst op de lijn van het strafschopgebied.
  4. De doelman dient beide voeten op de doellijn te houden totdat de bal gespeeld is.
  5. De speler die de strafschop neemt mag de bal niet meer raken voordat een andere speler hem weer geraakt heeft.

<< terug